Het Achtvoudige Pad : de Yama’s

Vandaag zetten we de eersten schreden op het achtvoudige pad. Nou ja, dat is natuurlijk niet waar, de afgelopen jaren hebben we allerlei uitstapjes gemaakt op het pad, alleen waren jullie je daarvan niet bewust. Het pad is overigens niet lineair, je kunt op alle stappen beginnen en vanuit alle stappen de zijpaden bewandelen …

De “eerste” twee stappen van het achtvoudige pad zijn Yama en Niyama. Hierin worden richtlijnen opgesteld voor een basislevenshouding. In Yama wordt gekeken naar universele levenswaarden en zaken waarvan je je moet weerhouden. Er wordt advies gegeven hoe je je het beste op kunt stellen in verhouding met de wereld om je heen. De Yama’s kun je zien als de grondslag voor yoga als manier van leven. Yama bestaat uit de volgende vijf onderdelen:

1.     Ahimsa – geweldloosheid: Je onthoudt je van geweld (niet alleen in daden, maar ook in woorden en gedachten), je leeft in harmonie met andere mensen, alle levende wezens en de natuur. Ook naar jezelf stel je je geweldloos op. Agressiviteit komt voort vanuit angst, zwakte, onwetendheid of rusteloosheid. Om het tegen te gaan/in bedwang te houden is vrijheid van angst nodig. Om dit te bewerkstelligen is een andere kijk op het leven nodig, een omschakeling van je geest. Je ontwikkelt compassie en tolerantie, zelfs voor dat wat je niet leuk vindt. Elk wezen heeft evenveel recht om te leven als de yogi zelf, vandaar dat yogi’s vaak vegetarisch zijn.

2.      Satya – eerlijkheid: Je onthoudt je van leugens. Dit betekent dat je je best doet om de mensen om je heen niet opzettelijk te kwetsen in gedachten, woorden en daden. Satya omvat de zorgvuldigheid om niet alleen te bedenken wat, maar ook hoe iets wordt gezegd en welke gevolgen de waarheid heeft. De bedoeling is de waarheid zo goed mogelijk te formuleren zonder iemand opzettelijk of nodeloos schade toe te brengen. Het betekent ook da je niet overdrijft of je anders/beter voordoet dan je werkelijk bent.

3.      Asteya – niet stelen: Oftewel je niets toe-eigenen wat niet jou toebehoort, materieel, maar ook immaterieel. Bijvoorbeeld met een idee van een ander aan de haal gaan of met de eer strijken. Ook niets gebruiken dat je niet nodig hebt, denk aan voedsel of energieverbruik. De angst om te kort te komen loslaten.

4.      Brahmacharya – zelfbeheersing: Je weerhoudt je van losbandig gedrag en gulzigheid. Overmaat, verslaving en extremen kunnen ertoe leiden dat het denken en handelen daardoor volledig wordt bepaald. Het gaat hierbij niet om volledige onthouding, maar om het vinden van de juiste mate en er dus onafhankelijk van te blijven.

5.      Aparigraha – niet bezitterig zijn: Het loslaten van het verlangen naar wat niet van jou is. Wees niet jaloers op wat anderen zijn of hebben. Voorkom het verzamelen van objecten die niet essentieel zijn voor je leven of je verder brengen in je (spirituele) ontwikkeling. Aparigraha helpt je jezelf te ontdekken, zodat je niet langer de behoefte voelt om te begeren wat een ander heeft, of te zijn wat iemand anders is. Je leven zo simpel mogelijk maken. Als je je geest traint om niet het gevoel van verlies of gebrek aan wat dan ook te hebben, zal alles wat je nodig hebt naar je toekomen als vanzelf op het juiste moment.

Volgende keer meer over Ahimsa!