De kracht van verhalen

Zowel vorige week als deze week kwam er veel los naar aanleiding van de verhalen (metaforen) die ik voorlas. Wat zijn verhalen toch mooi. En niet alleen voor kinderen!

Doet me eraan denken dat ik vroeger in de zomervakantie op weg naar Frankrijk altijd voorlas in de auto. Onze jongste is 5 jaar jonger dan onze oudste, maar zodra ik begon met voorlezen waren ze alledrie ademloos stil. Wat gebeurt er dan wanneer er een verhaal verteld wordt?

Het lijkt erop dat verhalen echt kracht hebben. Een kracht die advies, mededelingen of informatieverstrekking niet hebben. Metaforen zouden, net als muziek, op een rechtstreekse manier ons brein binnenkomen. Neuropsychologisch onderzoek lijkt te kunnen aantonen dat de cortex daarbij wordt omzeild en de informatie direct het limbisch systeem (daar waar je emoties en je korte termijngeheugen zetelen) binnenkomt.

Dure woorden om te verklaren waarom onze weerstand, onze (zelf)censuur door metaforen en verhalen blijkbaar buitenspel wordt gezet. Ieder haalt uit een verhaal dat waar hij op dat moment behoefte aan heeft. De betekenis van een verhaal is zo voor iedereen anders.

Vandaag las ik “over onderricht” voor uit de Profeet van Kahlil Gibran. Voor mij past dit verhaal goed bij het thema van deze week :  Svadhyaya – zelfstudie. Een profeet neemt afscheid van de mensen met wie hij een tijd heeft samengewoond. Een voor een komen de dorpelingen bij hem met een vraag waar de profeet op antwoordt. Zo komt ook een leraar :

Toen zei een leraar: Vertel ons over onderricht.

En hij zei:

“Iemand kan u alleen datgene onthullen wat reeds in de morgenschemer van uw kennis sluimert.

De leraar die temidden van zijn volgelingen in de schaduw van de tempel wandelt, geeft niet zozeer van zijn wijsheid als wel van zijn geloof en liefde.

Als hij echt wijs is, vraagt hij u niet het huis van zijn wijsheid te betreden, maar leidt hij u naar de drempel van uw eigen geest.

De sterrenkundige mag u dan vertellen over de sterrenhemel, hij kan u zijn diepere inzicht niet schenken.
De musicus mag dan in zijn lied de muziek der sferen verklanken die overal ritmisch doorklinkt, hij kan u niet de gevoeligheid van gehoor schenken die het ritme oppakt, noch de stem die het vertolkt. En hij die bedreven is in de wetenschap der getallen kan u vertellen over de wereld van gewicht en maat, maar hij kan u er niet heen brengen.

Het inzicht van de ene mens schenkt immers de andere mens geen vleugels.

En zoals God elk van u afzonderlijk kent, zo leert elk van u God en de aarde op zijn eigen manier kennen”.