Adem!

Adem!

De adem heeft betekenis voor het hele lichaam, maar niet overal op dezelfde manier. Bij het doen van yoga-oefeningen is dit goed waar te nemen. In de Indiase traditie worden vijf verschillende soorten ademprocessen beschreven. Deze worden vayu’s genoemd. Het woord vayu betekent adem, wind en levenskracht. De verschillende vayu’s hangen samen met de werking van de chakra’s. De buikadem (apana vayu) activeert het gebied van de eerste twee chakra’s, de adem in de maagstreek (samana vayu) stimuleert de energie van het derde chakra, de adem in de borstkas (prana vayu) staat in relatie met het vierde chakra en de hoogste adem (udana vayu) beïnvloedt het keelchakra en het zesde en zevende chakra (zie verder het hoofdstuk over chakra’s).

Ademen is niet alleen belangrijk om zuurstof af geven aan het lichaam en koolzuur af te scheiden (de stofkant van de adem) maar ook voor het opnemen van prana. Prana is niet de lucht zelf, maar de vitale energie die erin zit. Er zit veel prana in zuivere lucht, zoals aan zee of in de bergen. Zwaar vervuilde lucht heeft weinig prana. De prana uit de lucht wordt opgenomen via de huid, de zenuwuiteinden in de neus, de tong en de longblaasjes. Via de nadi’s (energiekanalen) stroomt prana naar alle delen van het lichaam, ook naar het aura en de chakra’s. Hoe beter je ademt, des te beter de energie kan stromen en hoe gemakkelijker alle gebieden worden bereikt.

Prana Vayu

Deze adem is het proces in de longen zelf, met als belangrijkste plaats het hart. Alle andere vayu’s hangen hiermee samen. Prana is levenskracht. De belangrijkste functie is gaswisseling, hiervan zijn alle energetische processen afhankelijk. De prana vayu heeft invloed op de hartbeweging, het denken, de zintuigen, de bloedsomloop en de zenuwen. Bij deze adem is de ribbenkast rondom actief.

Apana Vayu

Deze adem hoort bij rust en ontspanning. De adem stroomt tot diep in de longen. Het middenrif trekt zich naar omlaag samen waardoor de buikholte kleiner wordt en het bekken rondom uitzet, vooral naar de zachte voorkant. De manier van ademen is heel efficiënt, omdat met een kleine inspanning een groot rendement gehaald wordt. De adem is traag en geeft rust, zowel in het lichaam als in het denken. De energie van de apana vayu is omlaag gericht en heeft daarmee invloed op processen als de baring, menstruatie en ontlasting.

Samana Vayu

De samana vayu wordt de “gelijkmakende adem” genoemd. Deze adem hangt samen met actie. De maagstreek en flanken zetten uit. Omdat dit gebied kleiner is en lastiger in beweging te brengen is de adem sneller. Zo is er een snelle uitwisseling van zuurstof en koolzuur. De energie van de samana vayu is vooral horizontaal gericht, geeft hitte en hangt samen met de spijsvertering.

Udana Vayu

Omdat de energie van deze adem omhoog gericht is, heeft deze invloed op het keelchakra en de stem. Zij is hoog in de longen voelbaar en heel subtiel. De udana vayu heeft ook invloed op het denken. Deze adem speelt een belangrijke rol bij meditatie. Tijdens meditatie is het lichaam volkomen stil en heeft weinig energie nodig. Udana vayu heeft dan de overhand.

Vyana Vayu

Alle vayu’s samen vormen de volledige adem. Deze adem doordringt het hele lichaam. De belangrijkste plek van deze vayu is het hart. Van hieruit wordt de prana die door de longen is opgenomen door het lichaam verspreid.

Pranayama

Het woord Pranayama bestaat uit 2 delen: Prana en Ayana. Prana is de vitale energie bron achter alle levensactiviteiten, Ayana betekent controle. Dus Pranayama betekent “de controle van de vitale energie”: adembeheersing. Ons leven bestaat uit bewegingen op verschillende niveaus: fysiek, mentaal, emotioneel, intellectueel en spiritueel. Door het beoefenen en bestuderen van Pranayama leren we deze bewegingen te beheersen.

Op het fysieke niveau stimuleert de prana de cellen om zuurstof en glucose uit het bloed te halen, prana is de energiebron achter alle activiteiten van ons lichaam. Wat de geest betreft: prana controleert de fysieke en emotionele activiteiten. Onze geest heeft daar energie voor nodig, prana is eveneens de energiebron voor onze emoties.

We leren onze prana controleren door controle van de adem. Ademen is een continu proces van de geboorte tot aan de dood. De adem wordt automatisch gecontroleerd door het autonoom zenuwstelsel maar kan ook door onze wil gecontroleerd worden. We kunnen ons autonoom zenuwstelsel leren controleren door het beoefenen van Pranayama.

Pranayama is meer dan gewone ademtechnieken. Het gaat niet alleen maar om controle van de adem maar ook om technieken om de hoeveelheid prana in het lichaam te activeren naar een hogere frequentie. Ademen is de directie weg om prana op te doen.

De komende weken zullen we verschillende pranayama’s gaan beoefenen …